Juf Ingrid al 45 jaar helemaal op haar plek tussen de kleuters

Juf Ingrid al 45 jaar helemaal op haar plek tussen de kleuters

Juf Ingrid heeft zoveel verhalen verzameld in die 45 jaar als leerkracht dat ze er wel een boek over kan schrijven. Zoveel kinderen heeft ze in de klas gehad, inmiddels hele gezinnen en verschillende generaties. Veranderingen die in die jaren zijn doorgevoerd, terwijl diezelfde veranderingen later gewoon weer een keer terugkwamen. “Behalve lesgeven in coronatijd, die hadden we nog niet gehad.”

Ingrid van Gelderen is van de oude stempel. Zij heeft nog de KLOS gedaan, de opleiding die specifiek opleidde tot kleuterleidster oftewel leerkracht aan 4-5(6) jarigen. “Dat was een gedegen opleiding waarin we leerden om rekening te houden met de belevingswereld van deze leeftijd, en hoe om te gaan met de soms grote verschillen die er nog zijn tussen kleuters, zowel qua niveau als op sociaal emotioneel gebied. Bij deze leeftijd zie je heel erg dat kinderen of al heel ver zijn in sociale ontwikkeling en heel goed samen kunnen spelen, terwijl anderen weer al kunnen lezen of zelfstandig een werkje doen. Ik vind dat fascinerend, altijd al gevonden en zou niets anders willen zijn dan kleuterjuf. Het is een heerlijk beroep.”

Kloet en Kroosduiker
Ze startte ooit op De Basseroet, toen alle kernen nog een aparte kleuterschool hadden. Daarna werkte juf Ingrid op De Kloet en De Kroosduiker. Toen de nieuwsbouw zijn intrede deed in Noord-Scharwoude en er een grote school werd gebouwd, werd ze overgeplaatst naar De Wijde Veert. En daar werkt ze vandaag nog steeds. Altijd als kleuterjuf. Ze maakte ooit een uitstapje naar groep 3/4, maar vond dat al snel te schools. “Dan moesten de kinderen bepaalde vaardigheden onder de knie krijgen voor de kerstvakantie, met de nadruk op moeten. Zitten op je billen, stil zijn en zo zelfstandig mogelijk met het werkboekje aan de slag waren belangrijkere vaardigheden dan ontdekkend leren. Terwijl ik zo graag met ze naar buiten ga, ze dingen leer door te ontdekken, te laten ervaren.” Andersom heeft ze absoluut begrip voor leerkrachten die nooit voor groep 1/2 zouden willen staan en al vlekken in hun nek krijgen bij de gedachte aan dertig gillende, rennende kleuters met snottebellen, woede aanvallen en op zijn tijd een ‘ongelukje’. “Tja, het is een roeping”, zegt Ingrid blij. En voorlopig blijft ze dit ook gewoon volhouden, tot aan haar pensioen, over een jaar of drie.

“Ik denk dat juist mensen van mijn leeftijd goede kleuterleerkrachten zijn. Ten eerste was het in mijn tijd niet nog niet voor alle vrouwen weggelegd om na je trouwen door te blijven werken, dus als je die kans kreeg, dan ging je ervoor. Ten tweede was de KLOS een uitstekende basis en moest je, voordat je ergens op een school werd aangenomen, eerst proeflessen geven. Ook heb je op mijn leeftijd meestal zelf de drukste jaren gehad in je eigen gezin en ken je je pappenheimers wel. Ik moet vaker lachen om de fratsen van kinderen, dan dat ik boos word of mijn geduld verlies.”

Prestatiedruk
Een goede leerkracht is volgens Ingrid iemand die goed kijkt naar het kind. Zeker in een tijd dat alles van overheidshalve steeds prestatiegerichter wordt en er ook al in het kleuteronderwijs getoetst en methodisch moet worden gewerkt. Er melden zich steeds vaker leerkrachten op leeftijd ziek, of die er zelfs voor kiezen om te stoppen met lesgeven. “Ik begrijp dat wel. De kunst is om je eigen koers te blijven varen. Ondanks alle reorganisaties en samenvoegingen van scholen die ik heb meegemaakt, bleven kinderen gewoon kinderen. Elk kind is te vangen, maar bij sommige moet je creatiever zijn dan bij de andere. En uiteindelijk gaan ze aan het einde van de rit allemaal van groep 8 naar het voortgezet onderwijs.”

Fancy Fair
Ze wil absoluut niet beweren dat vroeger alles beter was. “Maar er kon wel veel meer. Als we zin hadden in een Fancy Fair? We trommelden een aantal moeders op en organiseerden in no time een Fancy Fair, compleet met Rad van fortuin, muziek en limonadeverkoop. Was het mooi weer? Hup, allemaal naar buiten en daar een tekenles geven. Was het slecht weer, dan hebben we gewoon lekker lang expressiemiddag. Daar is nu te weinig tijd voor, zowel bij de leerkrachten als bij hulpouders. Zonde, want juist door te doen en te ontdekken leren kinderen, niet alleen door met hun neus in de boeken te zitten.” Ingrid geeft een voorbeeld van hoe ze allergie voor lezen aanpakte in groep 3/4. “Dat waren vaak jongens die veel energie hadden, meer in hun lijf zaten dan in hun hoofd, en praktisch ingesteld waren in plaats van theoretisch. Als iets moet is het bij voorbaat vervelend, dus als je moet lezen wordt het nooit je hobby. Ik probeerde dan die kinderen te vangen door een boek te zoeken dat bij hun interesse paste. Brandweerwagens, crossmotoren of dino’s; over elk onderwerp is iets te lezen. Of ik pakte de Okki erbij, korte teksten maar wel over hun belevingswereld. Dan was het opeens helemaal niet zo erg, dat lezen.”

Probleemgevallen
Het heeft volgens haar allemaal te maken met een beetje begrip. “Dat geldt ook voor de zogenaamde probleemgevallen. Geen kind is erop uit om irritant te zijn, of vervelend. Er zit altijd iets achter. Dat kan een probleem thuis zijn, maar ook een probleem op school. Of het voelt zich gewoon niet fijn op school. Ik had zelf ook zo’n kind hoor. Die voerde geen reet uit op school en er was altijd wat. Moest ik weer komen praten. En dát terwijl zijn moeder leerkracht is, haha. Tegenwoordig doet hij een studie HBO naast zijn werk en moet hij dubbel aan de slag. Dat kwartje is wel gevallen hoor.”

Communiceren
Communiceren met de ouders is erg belangrijk, zeker nu veel ouders werken en kinderen na school vaak ook nog naar de opvang gaan. “Dan kan een ervaring van de ouders soms totaal anders zijn dan die van school. Ik wil een team vormen met de ouders, die met elkaar het beste wil voor het kind.” Communiceren met kleuters is een ander vak. “Tijdens het bespreken van een thema, een vraaggesprek of voorlezen is er altijd wel een kind dat achterstevoren op zijn stoeltje zit, of met zijn gedachten héél ergens anders lijkt te zijn. Als ik daarna ga zitten legoën met zo’n kind, of we spelen samen winkeltje in de poppenhoek, dan komt opeens de hele essentie van eerder die ochtend terug hoor.”

Wakker liggen
Haar werk is geen dag hetzelfde en daarom houdt ze van dit vak. “Jarenlang heb ik fulltime gewerkt, dan nam ik mijn werk letterlijk mee naar huis. Ik voelde me heel verantwoordelijk voor ‘mijn’ kinderen. Als een kind van school ging, of als ik wist dat het thuis niet goed ging, kon ik er van wakker liggen. Ik heb staan janken toen een buitenlands meisje weer terug naar het moederland ging omdat de relatie van haar ouders was mislukt. Terwijl zij het hartstikke goed deed op school en hier zo op haar plek was. Die heftige emoties zijn minder geworden nu ik nog twee dagen werk, dat bevalt eigenlijk heel goed. Toch ben ik wel altijd met mijn werk bezig. Loop ik met de hond dan neem ik onderweg alle dennenappels en kastanjes mee, om mee te knutselen. Ben ik bij de Kringloop, dan kom ik met armen vol ‘leuks’ naar buiten, voor in de klas. Ik blijf het doen zo lang het mag. En zo lang de kinderen mij leuk vinden natuurlijk!”

Artikel Langedijker Nieuwsblad